Artikel

Schaalvergroting in de landbouw met ruimtelijke kwaliteit

Verkenning van de noodzaak, randvoorwaarden en mogelijkheden

Onderzoeker: Tauw Advies & Ingenieursbureau
Opdrachtgever: Provincie Noord-Holland

Een deel van de conclusies & samenvatting (lees rapport voor geheeloverzicht):

Conclusies en aanbevelingen
Op basis van de hier boven beschreven bevindingen worden er in dit laatste hoofdstuk conclusies en aanbevelingen geformuleerd ten behoeve van de te volgen route bij het heroverwegen van de provinciale visie op het planologisch kader voor de landbouw.


Inleiding
De provincie wil in 2017 de Structuurvisie en de Provinciaal Ruimtelijke Verordening op het thema landbouw herzien. Zij heeft aangegeven, dat zij ruimte wil geven aan ondernemers om economische ontwikkeling in de landbouwsector te faciliteren, maar wel met behoud en versterking van ruimtelijke kwaliteit. De provincie is daarom op zoek naar bijstelling van de planologische kaders, die zowel de schaalvergroting faciliteren als de ruimtelijke kwaliteit van de provincie versterken. Zij streeft daarbij naar een planologisch kader dat helder en praktisch uitvoerbaar is voor zowel de initiatiefnemers en de adviseurs als voor de ambtenaren van de
gemeenten en de provincie. In het huidige coalitieakkoord hebben de coalitiepartijen ook afgesproken het onderscheid tussen de gebieden voor grootschalige en gecombineerde landbouw te heroverwegen.

In deze verkenning is onderzocht hoe het huidige beleid werkt en welke trends en behoeften er spelen in en vanuit de agrarische sector. Vervolgens is in beeld gebracht hoe andere provincies omgaan met de verruiming van bouwblokken in relatie tot ruimtelijke kwaliteit en welke instrumenten hierbij toepasbaar zijn. Ook zijn enkele pilots aangaande beleid en erfinrichting onder de loep genomen. In april heeft een overleg met stakeholders uit de sector plaats gevonden om wensen en ervaringen ten aanzien van het huidige beleid en de behoeften nader te polsen.

Analyse en trends in diverse landbouwsectoren
De schaalvergroting in de Nederlandse landbouw gaat voort. Elk jaar stopt 3 % tot 5 % van de bedrijven en de blijvers nemen van de stoppers het gebruik (en eigendom/pacht) van de gronden en soms de bedrijfsgebouwen over. Het areaal landbouwgrond neemt licht af doordat gronden worden ingezet voor niet agrarische functies zoals wonen, bedrijvigheid, wegen en natuur. In Noord-Holland is het areaal cultuurgrond sinds het jaar 2000 met 5 % afgenomen. Groeiende agrarische bedrijven hebben meer ruimte nodig voor de primaire functies; huisvesting van dieren en opslag voor grondstoffen, gewassen en voeders. Voor deze primaire functies volstaan de huidige bouwblokken van maximaal 1,5 tot 2,0 ha. Steeds meer bedrijven willen en kunnen door de grotere omvang waarde toevoegen aan de primaire producten door verwerking van deze producten en of door verbreding van activiteiten. Op (zeer) grote bedrijven leidt de
economische groei en/of de combinatie met verwerking en/of verbreding steeds vaker tot een ruimtevraag die de omvang van het toegestane bouwblok overschrijdt. In het bijzonder geldt dit voor typisch Noord-Hollandse bedrijven als bollenbroeierijen.

Vraagstukken ten aanzien van landschappelijke kwaliteit, bereikbaarheid en overlast naar de omgeving (onder andere geur, verkeer, licht, geluid en volksgezondheid) spelen sterker bij bedrijven die grenzen van de huidige bouwblokomvang (willen) overschrijden. In grote delen van Nederland zorgt de (intensieve) veehouderij voor overlast aan mensen en het milieu in de omgeving van het bedrijf. Die overlast speelt sterk bij (zeer) grote en/of snel groeiende veehouderijbedrijven en is een belangrijke basis voor het ruimtelijke beleid in provincies met veel (intensieve) veehouderij. In Noord-Holland heeft de (intensieve) veehouderijsector een relatief bescheiden omvang. Ruimtelijke vraagstukken zijn sterk gericht op bedrijven in specifieke Noord-Hollandse plantaardige sectoren (bollenteelt en zaadverdeling, met een grote exportpositie) en op de melkveehouderij.

Effecten van melkveebedrijven op landschap en ruimtelijke kwaliteit spelen op meerdere niveaus; het agrarisch bouwblok en het gebruik van de gronden. Het gebruik van de gronden heeft een duidelijke relatie met de bedrijfsvoering waaronder het weiden van koeien en met (agrarisch) natuurbeheer. Deze studie richt zich op het agrarisch bouwblok waardoor indirecte effecten van bedrijfsomvang op bedrijfsvoering niet zijn meegenomen.

Toetsing van de bestaande regeling in Noord-Holland
De huidige regeling is in Noord-Holland redelijk generiek met een indeling naar grootschalige landbouwgebieden en gecombineerde landbouwgebieden met een verschillende omvang in de grootte van het bouwkavel, maar met een vergelijkbare toetsing aan de PRV en gelijke randvoorwaarden. De verankering is op dit moment drieledig:
· De Structuurvisie vormt het vergezicht op de ruimtelijk-economische ontwikkeling en verwoordt het provinciale beleid, waaronder de tweedeling in agrarisch gebieden
· De PRV geeft de toetsingscriteria aan voor ontwikkeling van agrarische bedrijven op de bouwblokken, voor de landbouwconcentratiegebieden, het VAB beleid, de Ruimte voor Ruimte regeling en de algemene toetsing ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit
· De Leidraad Landschap en Cultuurhistorie is het instrument dat de ruimtelijke kwaliteit borgt.

De PRV stelt dat een bestemmingsplan dat nieuwe verstedelijking of uitbreiding van bestaande verstedelijking mogelijk maakt, wordt getoetst aan de uitgangspunten uit de Leidraad

Binnen de concentratiegebieden voor bollenteelt, glastuinbouw, tuinbouw en zaadverdeling wordt ruimte gegeven aan een bepaalde landbouwsector. Per concentratiegebied verschilt de regelgeving ten aanzien van bouwblokgrootte, nieuwvestiging en ruimtelijke kwaliteit, zie figuur 2.1 (rapport). Voor de schaalvergroting in de diverse landbouwsectoren werkt dit beleid goed. Uit de gesprekken met de betrokkenen is gebleken dat met name de tweedeling in de grootschalige en gecombineerde landbouwgebieden niet als logisch wordt ervaren. Vanwege de vermeende
Kenmerk R001-1238491EWI-efm-V01-NL
Schaalvergroting in de landbouw met ruimtelijke kwaliteit provincie Noord-Holland 37\42
rechtsongelijkheid die daaruit voorkomt en het feit dat de ruimtelijk-economische ontwikkeling
zich niet beperkt tot een van de twee gebieden, is een aanpassing gewenst. Dit kan gebeuren
door de tweedeling volledig op te heffen of door een verdere verfijning aan te brengen die, op
basis van helder omschreven kernkwaliteiten, beter ingaat op de regionale verschillen.
Er is op dit moment wel sprake van ontheffingsaanvragen, maar dit zijn er per gemeente niet heel veel, in de gehele provincie enkele per jaar, verhoging van de maximale maat boven de 2ha lijkt daarom in algemene zin niet nodig (CLM, 2014).

Huidig onderscheid landbouwgebieden loslaten
In het huidige beleid is sprake van gecombineerde landbouwgebieden en grootschalige landbouwgebieden, met een maximale bouwblokgrootte van respectievelijk 1,5 en 2 ha groot. Dit onderscheid sluit in de praktijk niet altijd aan bij de werkelijke kenmerken van kleinschalige en grootschalige landschappen en bij de behoeften en inpassingsmogelijkheden voor grotere erven. Zo neemt op (melk-)veebedrijven in de gehele provincie de behoefte aan bouwvlak toe door eisen ten aanzien van dierenwelzijn; grotere stallen met meer ruimte per dier. En ook de ambitie om producten te verwerken op het agrarische bedrijf staat los van de ligging van het bedrijf in de provincie.

Het landelijk gebied, met daarin ook de agrarische bedrijven, heeft meer waardevolle en economisch relevante functies: het is een belangrijke recreatieve bestemming, het is uitloopgebied voor mensen in dorpen en steden, het heeft een woonfunctie en het draagt bij aan het vestigingsklimaat. Het is belangrijk bij de afweging van ruimte voor schaalvergroting ook deze belangen mee te nemen. Daarbij is het goed te bedenken dat agrarische bedrijven ook deels voor het in stand houden van het open landschap zorgen Vanuit het argument van ruimtelijke kwaliteit en de wens om ruimte voor groei te bieden is er geen grondslag om het huidige beleid met een tweedeling in gebieden te handhaven. Het beleid zou zich meer moeten richten op een goede ruimtelijke inpassing van de schaalvergroting, binnen een meer eenduidige begrenzing van de bouwblokgrootte. Het advies is daarom om de indeling ‘gecombineerde landbouwgebieden’ en ‘grootschalige landbouwgebieden’ in de Structuurvisie en de PRV op te heffen en voor het gehele landbouwgebied een aantal aanvullende regels te stellen aangaande de ruimtelijke kwaliteit op erf- / privaat niveau. Dit laatste mede op basis van de eerder in dit rapport beschreven ervaringen in de pilots ‘Erfkwaliteit’ en ’Bollenbroeierijen in het Grootslag’. Een aan ander wordt geïllustreerd in de onderstaande figuur.

Media

Documenten