Article

Monitor Woningbouw 2016

Productie, plancapaciteit, woningbehoefte en Regionale Actieprogramma’s

Samenvatting Monitor Woningbouw 2016

RAP-afspraken 2011-20151
De kwantitatieve afspraken die in de Regionale Actieprogramma’s 2011-2015 zijn gemaakt zijn in alle regio’s gedeeltelijk gerealiseerd. In de RAP’s zijn afspraken gemaakt over nieuwbouwwoningen, de nieuwbouwproductie is achtergebleven bij de afspraken. Als echter niet alleen wordt gekeken naar de toevoeging van nieuwbouw, maar ook naar de overige toevoegingen van woningen aan de woningvoorraad, bijvoorbeeld door transformaties(= totale bruto productie), dan hebben de Stadsregio Amsterdam en de regio
Gooi- en Vechtstreek hun RAP-afspraak gehaald. De Kop van Noord-Holland realiseerde 88% van hun afspraak, de regio West-Friesland en de regio IJmond/Zuid-Kennemerland ruim 80%. De regio Alkmaar kwam uit op driekwart van de afspraak.

Huishoudens en bevolkingsgroei
Het niet behalen van de kwantitatieve RAP-afspraak is op zich geen indicatie of er te veel of te weinig is gebouwd in de afgelopen RAP-periode. Hiervoor moet ook gekeken worden naar de feitelijke ontwikkelingen in de regio’s, zoals de groei van het aantal huishoudens en de bevolkingsgroei. De afspraken zijn destijds gemaakt op basis van de toen geldende prognose van de woningbehoefte, een voorspelling die o.a. gebaseerd is op de verwachte bevolkingsgroei en huishoudensgroei.

Afgezien van de Kop van Noord-Holland, waar het aantal inwoners is gedaald, is in alle andere regio’s de bevolking in Noord-Holland gegroeid. De sterkste groei van het aantal inwoners zat in de Stadsregio Amsterdam en Zuid-Kennemerland. De Stadsregio kent ook de grootste groei van het aantal huishoudens, gevolgd door West-Friesland. De groei is beduidend kleiner in de Kop van Noord-Holland, minder dan 1%.
Als de huishoudensgroei en de groei van de woningvoorraad tegen elkaar worden afgezet, dan blijft de groei van de woningvoorraad in de Stadsregio Amsterdam en Zuid-Kennemerland achter bij de huishoudensgroei. Daardoor neemt demografisch de druk op de woningmarkt verder toe. Met name in gemeente Amsterdam is het verschil groot. In de overige regio’s is groei van de woningvoorraad nagenoeg gelijk (West-Friesland) of zelfs iets groter (regio Alkmaar en Gooi & Vechtstreek) vergeleken met de huishoudensgroei. De druk
op de woningmarkt is hier waarschijnlijk niet toegenomen. In de Kop van Noord-Holland is de groei van de woningvoorraad beduidend hoger dan de huishoudensgroei, wat duidt op een ontspannen woningmarkt.
Kwalitatieve RAP-afspraken

Over de kwalitatieve afspraken kan op basis van de beschikbare gegevens en de aard van de gemaakte afspraken niet voor alle regio’s een uitspraak worden gedaan. De afspraken over verdeling huur - koop in de toegevoegde woningvoorraad zijn in de Kop en de regio Alkmaar niet gehaald. Regio IJmond/Zuid-Kennemerland heeft de afspraak nagenoeg gehaald. Qua betaalbaarheid heeft West-Friesland haar streefpercentage voor het aandeel sociale huurwoningen van 25% gehaald.

Woningbouwcapaciteit
Positief is dat het aantal geplande woningen in de meting van 2016 is toegenomen met 12.200 woningen. De geïnventariseerde netto capaciteit (=bouw minus sloop) bij gemeenten bedroeg op 1 januari 2016 171.600 woningen. Ook het aantal ‘harde plannen’ (vastgestelde plannen), is toegenomen. Het aantal projecten waarop op korte termijn met bouwen kan worden begonnen is hierdoor toegenomen. Tot 2030 is in het merendeel van de regio’s voldoende capaciteit aanwezig, behalve in regio IJmond/Zuid-Kennemerland. Na 2030 kennen ook de Stadsregio Amsterdam en regio Gooi & Vechtstreek een tekort, waarbij het tekort in Stadsregio Amsterdam behoorlijk is. Noord-Holland Noord heeft voldoende plannen
om aan de (kwantitatieve) woningbehoefte tot 2040 te voldoen.

De capaciteit binnen bestaand bebouwd gebied (BBG) (circa 142.200 woningen) lijkt per saldo voldoende voor de kwantitatieve Noord-Hollandse woningbehoefte tot 2025 (123.700 woningen). Hierbij is nog geen rekening gehouden met de kwalitatieve vraag, en zijn er regionale verschillen in vraag en capaciteit.

Woningbouwproductie
In 2015 is het totaal aantal opgeleverde nieuwbouwwoningen ten opzicht van 2014 met ongeveer 30% toegenomen. Wederom is het aantal verleende bouwvergunningen in 2015 gestegen: in totaal zijn er 4.000 meer vergunningen afgegeven dan het jaar daarvoor (circa 11.250 t.o.v. 7.250). Het aantal afgegeven bouwvergunningen is in de eerste helft van 2016 echter weer gedaald. Eenzelfde beweging zal waarschijnlijk in de komende jaren terug te zien zijn in de nieuwbouwproductie. Het aandeel zelfbouw3 in de productie is in 2015 ongeveer gelijk gebleven aan 2014 (circa 9%), het aantal afgegeven bouwvergunningen voor zelfbouw is wel toegenomen t.o.v. 2014.

All rights reserved

Media

Documents