Article

Monitor Wind op Land 2017

Duurzaam, Agrarisch, Innovatief en Integraal ondernemen

Onderzoeker: RVO
Opdrachtgever: Provincie Noord-Holland
Deze 5e editie van de Monitor Wind op Land biedt de meest actuele inzichten op peildatum 31/12/2017 en vervangt daarmee alle voorgaande edities.

Conclusie
Rijk en IPO/provincies hebben een nationale doelstelling van 6.000 MW operationeel vermogen wind op land in 2020. Aan het eind van 2017 stond er in Nederland 3.249 MW operationeel vermogen; dat is goed voor 54% van de landelijke doelstelling. Ten opzichte van 2016 is het operationeel vermogen wind op land met 48 MW afgenomen. Het operationeel vermogen is licht gedaald ten opzichte van 2016. Dit is een tijdelijk effect dat grotendeels het gevolg is van geplande saneringen.

Er resteert in Nederland een opgave van 2.751 MW (Netto) voor de doelstelling 2020, waarvan voor 2.070 MW (75%) de bouw is gestart dan wel in voorbereiding (SDE+ aangevraagd / beschikt). Ten opzichte van 2016 is de totale projectcapaciteit met 229 MW toegenomen. Eind 2017 is in Nederland 867 MW (14,5%) méér projectcapaciteit gepland dan strikt benodigd voor de doelstelling in 2020.

Door RVO wordt op basis van deze monitor ingeschat dat circa 5.153 MW operationeel vermogen in 2020 haalbaar is. Over zo’n 71 MW is twijfel (mogelijk / deels haalbaar). De resterende 776 MW, die benodigd is voor de doelstelling, is waarschijnlijk niet operationeel eind 2020.

Met een recordaantal (1.810 MW) aanvragen voor SDE+ in 2017 is wederom een belangrijk stap vooruit gezet. Het aantal MW’s waarvan de Bouw in voorbereiding is (SDE+ is aangevraagd/beschikt) steeg daarmee het afgelopen jaar fors. Ook in deze fase liggen echter nog risico’s op de loer, zoals vertraging bij netaansluiting, het niet tijdig aanvragen of verkrijgen van een Verklaring van Geen Bezwaar (VvGB) in geval van radarverstoring of een ontheffing in het kader van de Flora- en faunawet c.q. de Natuurbeschermingswet. Waar van toepassing zal alles op alles moeten worden gezet om vertraging te voorkomen.

Voor het overige vermogen in achtereenvolgende procesfasen geldt dat het van alle betrokken partijen nog zeer veel inspanning vergt om knelpunten rond de projecten op te lossen en/of waar mogelijk de benodigde procedures versneld te doorlopen.

De projecten die in deze monitor als niet haalbaar voor de doelstelling 2020 (lichtgrijs) zijn gescoord zijn veelal nog in het voortraject en hebben op de peildatum 31/12/2017 een flinke achterstand op de normplanning van het spoorboekje Rijk-IPO. Tijdige realisatie is daarmee (zeer) onzeker. Een klein deel daarvan, vooral projecten die al verder in procedure zijn, zal de komende jaren mogelijk nog zodanig kunnen versnellen dat tijdige realisatie in zicht komt. En voor de overige projecten in het voortraject geldt nadrukkelijk dat deze projecten waarschijnlijk niet in 2020 operationeel zijn. Een deel zal, met meer of minder vertraging, ná 2020 mogelijk alsnog kunnen worden gerealiseerd.

Bij de ontwikkeling van windprojecten op land speelt een aantal weerbarstige, generieke knelpunten, zoals hoogtebeperking rondom luchthavens, natuur/ecologie, obstakelverlichting, radarverstoring, normstelling en regelgeving voor wind op (primaire) waterkeringen en (bestuurlijk) draagvlak / acceptatie. Dit zijn belemmeringen die in meerdere provincies spelen.

Ten opzichte van de monitor van 2016 is, naar inschatting van RVO, in deze monitor een (lichte) verbetering zichtbaar (+). Gegeven de stand van zaken per 31/12/2017 is het aantal projecten dat tijdig gerealiseerd kan worden met 577 MW gestegen. Het is volgens RVO vooralsnog niet waarschijnlijk dat de volledige nationale doelstelling voor wind op land eind 2020 operationeel is.

Image credits

Icon image: Rijksoverheid

Media

Documents