Article

Niet-gebruik van de algemene bijstand

Een onderzoek naar de omvang, kenmerken, langdurigheid en aanpak

De algemene bijstand (Participatiewet) is het laatste inkomensvangnet dat we in Nederland hebben en is daarom van cruciale betekenis bij het garanderen van bestaanszekerheid en het voorkomen van armoede. Dit doel komt onder druk te staan wanneer rechthebbenden geen gebruik maken van hun recht op algemene bijstand. De Inspectie heeft met behulp van analyse van CBS-microdata onderzoek gedaan naar de omvang van het niet-gebruik van de algemene bijstand per 1 januari 2018 en de achter- grondkenmerken van deze niet-gebruikende huishoudens.

De Inspectie koos voor deze peildatum vanwege de beschikbaarheid en volledigheid van de databestanden die nodig waren voor de analyse.2 De Inspectie gaat ervan uit dat per 2021 (ten tijde van het verschijnen van deze rapportage) deze cijfers nog steeds representatief zijn omdat niet-gebruik een structureel probleem is.3 Ook is op persoonsniveau onderzocht in welke mate het niet-gebruik langdurig is.4 Inzicht in omvang en duur van het niet-gebruik en kenmerken van de niet-gebruikers helpt beleidsmakers en de uitvoering om rechthebbenden beter te bereiken en zo armoede te voorkomen, zeker wanneer dit kan worden aangevuld met inzicht in de oorzaken van niet-gebruik. Daarnaast heeft de Inspectie middels interviews bij zeven gemeenten verkend wat het beeld in de uitvoering zelf is van het niet-gebruik en wat gemeenten doen om niet-gebruik tegen te gaan.

Op 1 januari 2018 telde Nederland 170 duizend huishoudens die waarschijnlijk recht hadden op algemene bijstand en hier geen gebruik van maakten, dit komt neer op circa 35% van de rechthebbende huishou- dens. Een derde van de groep niet-gebruikende huishoudens heeft in het geheel geen of een zeer beperkt (geregistreerd) inkomen, tot maximaal 20% van de bijstandsnorm. De grootste groep niet-gebruikers, twee op de drie, betreft dus huishoudens met een inkomen tussen 20% en 100% van deze norm. De rechthebbende groep met inkomen heeft recht op een gedeeltelijke uitkering die het inkomen aanvult tot de norm. Van alle onderzochte kenmerken hangt de hoogte van het inkomen het sterkst samen met het niet-gebruik van de bijstand: niet-gebruik neemt duidelijk toe naarmate huishoudens een hoger inkomen ten opzichte van de bijstandsnorm hebben. Verder geldt dat indien er sprake is van een inkomensbron, het niet-gebruik het hoogst is onder zelfstandigen. Ook leeftijd is een sterke voorspeller van niet-gebruik. Niet-gebruik is het hoogst onder jongeren tot en met 26 jaar en neemt af naarmate de rechthebbende een hogere leeftijd heeft. Daarnaast constateert de Inspectie een hoge kans op niet-gebruik onder thuiswonende meerderjarige kinderen en personen met een Europese migratieachtergrond. Tot slot, onder jongeren tot en met 26 jaar, thuiswonende kinderen, personen met een Europese migratieachter- grond en zelfstandigen bevinden zich naar verhouding veel niet-gebruikers met weinig tot geen inkomen.

Bron: Niet-gebruik van de algemene bijstand: Een onderzoek naar de omvang, kenmerken, langdurigheid en aanpak. 2021. Inspectie SZW, Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. 

Overige bestanden: Infographic Niet-gebruik van de algemene bijstand

Image credits

Icon image: cover-artikel-armoedemonitor-2019-10059-albert_cuyp_032_1okt2014_e_v_eis.jpg

Media

Documents