Article

de Volkskrant: Architectuurbiënnale van Venetië gaat van start met daadwerkelijk te bezoeken paviljoens

De prestigieuze architectuurbiënnale van Venetië gaat dit jaar ‘gewoon’ van start met te bezoeken paviljoens. Het Nederlands paviljoen is gevuld met installaties, video’s en tekstbijdragen van architect Afaina de Jong en kunstenaar Debra Solomon. Onder de noemer Who Is We? wil het de monocultuur in het ontwerpersvak bevragen.

De Volkskrant 1

Het Nederlandse paviljoen op de zeventiende Biennale di Venezia. Beeld Cristiano Corte

De zeventiende architectuurbiënnale van Venetië durft het na meerdere afgeblazen pogingen toch aan om dit weekeinde open te gaan voor publiek. In het kielzog daarvan zet het Nederlandse paviljoen in de Giardini della Biennale de deur open. Al is er niemand fysiek uitgenodigd voor de vernissage en blijft Ingrid van Engelshoven deze editie thuis. De traditionele speech van de demissionair minister van Cultuur die de Nederlandse bijdrage in Venetië inluidt, deed ze donderdag online vanwege alle coronabeperkingen.

De Venetiaanse biënnale geldt in architectuurkringen als een prestigieus overzicht van actuele bouwkunst. Grote architecten als David Chipperfield, Aldo Rossi en Rem Koolhaas hebben in het verleden de architectuuragenda van de biënnale bepaald. Voor deze editie koos de Libanese architect en hoofdcurator Hashim Sarkis het thema, How Will We Live Together? Een actuele vraag die ontwerpers uitdaagt te denken over meer diverse en sociale steden om zo een tegenwicht te vormen tegen groeiende financiële ongelijkheid, politieke polarisatie en klimaatbedreigingen.

Sociale stedenbouw is cruciaal nu de stad steeds voller raakt. Bovendien sluit Sarkis’ vraag naadloos aan op de postcoronawereld, waarin een aantal maatschappelijke pijnpunten sterk worden uitvergroot, zegt curator Francien van Westrenen. Ze werkt voor Het Nieuwe Instituut, verantwoordelijk voor de programmering van het door Gerrit Rietveld ontworpen Nederlandse expositiegebouw, een van de dertig paviljoens waarin landen een eigen visie op het hoofdthema van de tentoonstelling tonen.

De Nederlandse bijdrage in Venetië is getiteld: Who Is We? En moet worden gelezen als een kritische tegenvraag op de ‘we’ in How Will We Live Together? ‘Want als we over ‘we’ spreken, over wie hebben we het dan?’, vraagt Van Westrenen zich af. Het ontwerpersvak is volgens haar nog steeds te veel een monocultuur, waardoor de stemmen van andere, soms gemarginaliseerde, groepen onvoldoende aan bod komen.

de Volkskrant 2

Space of Other van Afaina de Jong. Beeld Cristiano Corte

Het Nederlandse paviljoen haalt ‘meervoudige bronnen van kennis’ naar voren. ‘Ontwerpen begint bij het nieuwsgierig zijn naar wat je niet weet en naar andere, soms onzichtbare, culturen en groepen.’ De presentatie in het paviljoen ‘richt zich daarom op een stedenbouw die vrouwelijk, van kleur, queer en multispecies is’, want ook de niet-menselijke organismen en ecologie verdienen een plek in het ontwerpersdomein.

Het Nederlands paviljoen is gevuld met installaties, video’s en tekstbijdragen van architect Afaina de Jong en kunstenaar Debra Solomon. De Jong ontwierp een ruimtelijke installatie die ze Space of Other heeft genoemd, met video’s van gesprekken met denkers en makers over nieuwe kennis en waarden. Van Solomon staan voor het paviljoen glazen vitrines die aandacht vragen voor dat andere ‘onzichtbare’: het bodemleven dat een cruciale rol speelt. Gezamenlijk tonen Solomon en De Jong portretten van vrouwen die van grote maatschappelijke betekenis zijn geweest op sociaal en ecologisch gebied, maar wier namen in de architectuurcanon ontbreken.

‘Wat we hopen te bereiken, is dat de bezoekers ervaren dat het belangrijk is om nieuwsgierig te zijn naar de ander, naar kennis die niet per se een bevestiging is van wat je al weet, dat een meerstemmige ontwerperscultuur cruciaal is voor sociale stedenbouw’, zegt Van Westrenen.

Er wordt vanwege het coronavirus de eerste weken niet veel aanloop verwacht in Venetië. ‘Gelet op alle onzekerheid rondom reizen’, zegt Van Westrenen. Met de online vernissage van donderdag volgt Nederland het voorbeeld van veel andere landen op de Biënnale, die bezoek nu nog niet aanmoedigen.

De paviljoens en de hoofdtentoonstelling – in de monumentale werfloodsen van de Arsenale – zijn wel fysiek te bezoeken vanaf zaterdag, de officiële publieksopening, maar omdat Italië nog altijd een ‘oranje’ status heeft en testen nodig zijn om het land in- en uit te gaan, is onduidelijk wat de openstelling de komende weken gaat opleveren aan bezoekersverkeer. Van Westrenen: ‘De tentoonstelling duurt zes maanden. We gaan ervan uit dat in de loop van de zomer meer mogelijk wordt. Met andere landenpaviljoens hebben we in september alsnog een echt openingsfeestje gepland.’

Bron: Bob Witman. 20 mei, 2021. de Volkskrant

Image credits

Header image: Venice Map

Icon image: De Volkskrant 1

Media